Krijgen mannelijke machthebbers ooit het verwijt dat ze niet lief genoeg zijn?

door Elma Drayer

Het was een pijnlijke scène, zondag in ’Buitenhof’. Niet de dikdoenerij van minister Zalm, al was die ook niet mals. Ik bedoel de aanvaring tussen gast Betsy Udink en presentator Peter van Ingen.

Hij informeerde of het geen ’dilemma’ oplevert dat zij als ambassadeursvrouw kritische boeken schrijft over de moslimlanden waar haar man werkzaam is. De auteur antwoordde fijntjes dat ze zijn bezorgdheid zeer op prijs stelde. Maar dat de vraag ook ’een beetje neerbuigend’ was. Bij een eerdere gelegenheid had hij haar man ’geen een keer’ zo’n vraag gesteld. De presentator reageerde als door een wesp gestoken. Zo had hij het echt niet bedoeld!

Dat is ongetwijfeld waar. De vraag is nooit kwaad bedoeld. Toch vond ik de irritatie van Betsy Udink alleszins begrijpelijk. Ook al schrijft een vrouw belangwekkende boeken, bereikt ze hoge posities, is ze voor geen kleintje vervaard – de aandacht gaat steevast óók uit naar haar andere rollen. Die eer valt mannen zelden te beurt. Zij mogen als volstrekt autonome wezens hun verhaal komen doen.

Dezelfde dag was er nog zo’n staaltje van gezellig seksisme te zien. Paul Witteman en Jeroen Pauw mochten minister Verdonk de oren wassen. Zij keek ’erg boos’, kreeg ze diverse keren te horen. Zij stelde zich ’zo strak’ op. Zij was, met andere woorden, zo vreselijk onaardig.

Hebben wij de koene woestijnruiters zulke bezwaren ooit horen uiten tegen mannelijke machthebbers? Krijgen die weleens het stille verwijt dat ze niet lief genoeg zijn?

Krampachtig bleef de minister glimlachen. Je zag haar laveren tussen haar rotsvaste principes en de bizarre logica van het vrouwelijk imago: een vrouw die niet terugdeinst voor harde beslissingen strijkt tegen aller haren in. Zij geldt als een kille tante, een harteloos mens, IJzeren Rita. Niet als een bestuurder die gewoon vasthoudt aan de eenmaal ingeslagen koers.

Ach ja. Betsy Udink en Rita Verdonk staan niet alleen. Vandaag precies een week geleden verscheen een internationaal megaonderzoek naar de beelden van vrouwen in de pers. Dit Global Media Monitoring Project turft in zesenzeventig landen op één willekeurige dag hoe vaak en op welke manier vrouwen in het nieuws komen. Sinds 1995 is het onderzoek elke vijf jaar herhaald. En voor mijn eigen gemoedsrust ga ik er maar van uit dat de Nederlandse media (inclusief mijn eigen krant) geheel per ongeluk zwegen over de jongste resultaten.

Er blijkt in die tien jaar weinig veranderd. Vrouwen komen er op alle fronten nog steeds karig van af. Tegenover elke vrouw die in het nieuws komt, staan vijf mannen. Vrouwen die de aandacht trekken zijn opvallend vaak celebrities. Ruim acht van de tien geraadpleegde ’deskundigen’ zijn van het mannelijk geslacht. En mannen blijven, ook als ze de vijftig dik zijn gepasseerd, volop in de belangstelling staan. Hun vrouwelijke tegenvoeters worden na zekere leeftijd ’vrijwel onzichtbaar’.

En nee, Nederland hoort niet tot de gunstige uitzonderingen. Wij bevinden ons in vele tabellen op of onder het wereldwijde gemiddelde.

Dikwijls hoor je de tegenwerping dat mannen nu eenmaal de touwtjes in handen hebben. Dat ze daarom zo vaak in het zonnetje staan. Dat klopt. Maar ook waar vrouwen wél oprukken, is er sprake van ’ondervertegenwoordiging’. Zo wemelt het in Den Haag inmiddels van vrouwelijke politici: de regering bestaat voor veertig, het parlement voor ruim dertig procent uit vrouwen. Toch spelen ze volgens de Nederlandse telling in maar twee op de tien politieke berichten een rol.

De initiatiefnemers van het Global Media Monitoring Project trekken in het rapport gedreven van leer. De media, schrijven ze streng, bieden géén ’weerspiegeling’ van de werkelijkheid, zolang ze de helft van de wereldbevolking te weinig serieus nemen.

Het klinkt als een wat afgezaagd feministisch refrein. Maar een avondje zappen, en je geeft ze moeiteloos gelijk.

Temporarily available at: http://www.trouw.nl/deverdieping/dossiers/article228272.ece/Krijgen+mannelij

Source: De Verdieping Trouw